Je staat in de schuur bij een stapel dozen met hoeslakens. Op je laptop staat de prijs die je op het platform vraagt, op je telefoon de prijs op je eigen webshop. Je wil die tweede twee euro lager zetten, want daar betaal je geen commissie. En precies op dat moment bedenk je dat je dan misschien onvindbaar wordt op de plek waar vrijwel al je bestellingen vandaan komen.
Die afweging staat nu op de tafel van de Europese Commissie. Brussel is verkopers op Amazon gaan bevragen over zogeheten prijspariteitsregels: afspraken die erop neerkomen dat een verkoper zijn product elders niet goedkoper mag aanbieden dan op het platform. Er is nog niets vastgesteld. Volgens Bright zit dat traject nog in een vroeg stadium en is van een formeel onderzoek nog geen sprake. De Commissie toetst het aan de Digital Markets Act, de wet die sinds 2023 extra regels oplegt aan grote platforms.
Het draait niet om de prijs, het draait om de zichtbaarheid
Het concrete voorbeeld in de berichtgeving komt van Jack Nekhala, de bedenker van de Bed Scrunchie — het bandensysteem dat moet voorkomen dat een hoeslaken van je matras af glijdt. Hij zei tegen Bloomberg dat zijn bedrijf mogelijk problemen met de zichtbaarheid op Amazon zou krijgen wanneer hetzelfde product op zijn eigen site goedkoper staat.
Let op het woord: zichtbaarheid. Niemand verbiedt hem iets. Er staat geen clausule die zegt “je mag niet goedkoper”. Er is een mechanisme dat bepaalt wie bovenaan komt en wie in de zoekresultaten wegzakt, en dat mechanisme kijkt mee naar wat je elders doet. Voor een jurist is dat verschil enorm: een verbod is een afspraak, een rangschikking is een keuze van het platform. Voor jou als koper is het verschil precies nul. Het resultaat is in beide gevallen dat de eigen webshop van de maker niet goedkoper is dan het platform, terwijl de maker daar geen commissie afdraagt.
Acht tot vijftien procent commissie moet ergens landen
Dat is eenvoudiger dan het lijkt, en het is de reden dat dit onderwerp hier thuishoort. Amazon publiceert zijn verkooptarieven per categorie zelf; voor de meeste productgroepen ligt de verkoopcommissie tussen de acht en vijftien procent van de verkoopprijs. Kijk het na voor jouw categorie, want de uitschieters zitten aan beide kanten. Bij een artikel van veertig euro is dat drie tot zes euro. Zou een maker die marge willen delen met wie rechtstreeks bij hem koopt, dan hoor je op de eigen site een prijs van pakweg vijfendertig euro te zien. Zie je daar exact dezelfde veertig euro staan, dan weet je dat die ruimte ergens anders blijft hangen — bij het platform, of in de marge van de verkoper die hem niet dúrft weg te geven.
Dat is geen bewijs van een overtreding. Het is wel een test die je in twintig seconden zelf doet, en die je meer vertelt dan het persbericht.
Waarom onze eigen verontwaardiging hier te snel gaat
Eerlijk is eerlijk: de bewijslast in dit verhaal is op dit moment dun, en dat geldt ook voor de kant die wij doorgaans kiezen. Er is één uitvinder die tegen Bloomberg zegt dat hij zichtbaarheidsproblemen zou kunnen krijgen. “Zou kunnen” is geen meting. De Commissie is aan het rondvragen, niet aan het handhaven, en Amazon zegt zich aan de DMA te houden. Wie hier nu al roept dat Amazon de prijzen op het hele internet bepaalt, loopt voor op zijn eigen feiten. Dat de conclusie ons goed uitkomt, maakt hem nog niet bewezen.
Wat er wél staat, is dat een toezichthouder verkopers actief bevraagt. Dat doet die niet uit nieuwsgierigheid, en het is dezelfde toezichthoudersreflex die we eerder zagen toen de Amerikaanse FTC Amazon aanrekende dat het twintig miljard dollar te veel incasseerde. Twee toezichthouders, twee continenten, dezelfde vraag: wie bepaalt hier eigenlijk de prijs.
Kaufland erbij maakt vier verschillende prijzen onhoudbaar
Voor Nederlandse verkopers komt dit op een interessant moment. Er komt een speler bij: Kaufland begint hier als marktplaats, en dat is precies het soort concurrentie dat pariteitsregels onder druk zet. Een verkoper die op drie platforms staat én een eigen shop heeft, kan zich geen vier verschillende prijzen veroorloven zonder ergens te worden afgestraft. Dat is voor hem een administratief probleem. Voor jou betekent het dat vergelijken tussen platforms steeds minder oplevert, omdat het overal hetzelfde getal wordt.
Doe daarom bij je volgende bestelling van boven de vijftig euro één ding: zoek het merk op en kijk wat het op zijn eigen site vraagt, inclusief verzendkosten. Staat daar hetzelfde bedrag, dan weet je dat de prijs niet door de winkel wordt gezet maar door het kanaal.
Het eerstvolgende moment dat telt, is of Brussel van “gesprekken met verkopers” naar een formeel onderzoek gaat. Pas dan komen de contracten op tafel en wordt zichtbaar of er ergens zwart op wit staat wat verkopers nu alleen vermoeden. Tot dat moment is dit een vermoeden met een toezichthouder eromheen, en dat is iets anders dan een zaak.



